Aditus: de schoonheid van wat overblijft…
Martine Goossens
Tot 26 april loopt in GC ’t Blikveld te Bonheiden de expo Aditus van Daniël Op de Beeck. De expo toont een kunstenaar die zijn medium technisch tot in de puntjes beheerst. Wat meteen opvalt, is de precisie en de symmetrie. De werken zijn quasi architecturaal, met een sterke nadruk op structuur, evenwicht en vormbeheersing. Als toeschouwer kom je terecht in een spanningsveld: alles lijkt perfect, maar tegelijk verlaten en aangetast.
Opvallend is de totale afwezigheid van de mens. Ruimtes zonder bewoners, gebouwen zonder functie, constructies die achtergelaten lijken. Is dit wat van de beschaving overblijft nadat de mens verdwenen is?
Daniël Op de Beeck waagt zich ook aan kleinschalige 3D-werken, die recht uit de oudheid of zelfs de prehistorie lijken te komen. Ze doen denken aan ruïnes, tempels, poorten of monumenten waarvan de oorspronkelijke betekenis verloren is gegaan. We hebben hier evenmin te maken met romantische ruïnes, maar eerder met stille getuigen van een verdwenen beschaving.
Wat het werk bijzonder maakt, is de constante aanwezigheid van een apocalyptische sfeer. Niet sensationeel vernietigend, maar in volkomen stilte. Geen explosie, maar een langzaam verval. Gebouwen waarin de natuur geleidelijk opnieuw de overhand neemt. Architectuur die wordt overwoekerd, uitgehold, terug opgenomen in het landschap. Aditus (Latijn voor toegang, doorgang of ingang) is dan ook een passende titel. De werken zijn doorgangen: tussen verleden en toekomst, tussen beschaving en natuur, tussen aanwezigheid en afwezigheid. Het zijn plekken waar ooit mensen waren. En precies daarin schuilt de kracht van het werk van Daniël Op de Beeck: technisch beheerst, visueel sterk, maar vooral ook existentieel en verstild.







